- Tekst uitgesproken bij de uitvaart van Truus Tessel-Schipper door haar kinderen Bert en Hans.
“Moeder is geboren op 2 september 1927 in De Weere. Ze groeide op in een gezin met 10 zussen en een broer. En was het 1 na jongste kind.
Hier hadden haar ouders een café, fouragehandel, zaadwinkel en een boerderijtje. Er werd getopt met het café, dit was geen goed plek om jonge meiden op te laten groeien. Ze verhuisden naar een boerderij in Opmeer. Het waren moeilijke tijden, crisis en oorlog.
Er was weinig geld, daarom gingen de jongste dochters na de lagere school intern naar Bergen bij de Zusters Ursulinen.
Waar zus Leen was ingetreden in het klooster. Op deze manier was het leven goedkoper als thuis wonen. Haar vertrouwde omgeving was weg. Ze mocht nu maar 2 keer per jaar naar huis, met kerst en in de zomer. Ze heeft hier 4 jaar U.L.O. en 2 jaar huishoudkundige ten plattelande gevolgd. Ze leerde vlot, goed en kreeg er de basis voor de handige en kundige huisvrouw, die ze later geworden is. Het gezin heeft hier profijt van gehad; moeder kon lekker koken en was zeer handig met naald en draad.
Haar school kon ze niet afmaken omdat ze nodig was op de boerderij. Ze moest thuis helpen! Ze werd vaste melkster en succesvol kaasmaakster, dat blijkt uit vele prijzen die ze op de kaasmarkten gewonnen heeft.
Het jeugdwerk in het dorp en de parochie kreeg haar interesse. Ze ging bijscholing volgen voor gidsenleidster, samen met nog 4 andere meisjes. Dat is een hechte band geworden, tot op hoge leeftijd heeft ze het contact met deze vrouwen onderhouden. Ze werd actief in de Graal, deze beweging was de begin ontwikkeling van vrouwen om zich te manifesteren in de samenleving, die opgericht was door haar zuster Leen. Hun boodschap was; ‘Sla je vleugels uit en wees jezelf bewust van wat er buiten je gebeurt’.
Tijdens de landbouwtentoonstelling in Opmeer, leerden vader en moeder elkaar kennen.
Moeder trouwde met haar Jan, 16 mei 1956. Ze kwamen te wonen op de Catharinahoeve, het geboortehuis van haar man. Het woongedeelte van de boerderij werd gedeeld met oma Tessel. 2 kapiteins op één schip is niet makkelijk.
Er werden 5 kinderen geboren Ans, Bert, Miep, Arien en Hans. Ze waren moeders trots. Toen ze klein waren heeft onze moeder ruim 4 maanden in het ziekenhuis gelegen met een verwaarloosde longontsteking. Oma Tessel heeft die tijd samen met een gezinsverzorgster, het gezin draaiende gehouden.
‘s-Morgens stipt 10:00 uur: koppiestijd, dan kon een eider aanschuiven.
Moeder maakte van niets iets en ze maakte van alles wat moois.
Naast het gezin had ze een sociaal leven, zoals het vrouwengilde, kaartclub, gymclub en haar vriendinnen. Wat ze het allerliefst deed was handwerken en dit heeft ze gedurende haar hele leven verder uitgebreid door middel van vele cursussen en scholing. Ze genoot van de Westfriese cultuur en was lid van het Westfries Genootschafol.
De grote schoonmaak in het voorjaar was altijd een drukke tijd. Eerst de koeien van stal en dan het hele huis op zijn kofol. Als dit dan weer klaar was, was ze weer trots op haar staltje, de lopers op de koegang en de kamer. Zomers woonden we in De Goorn en in de winter in Berkhout.
Ze genoot altijd heel erg van de natuur en in een bloemenvaas prijkte in het voorjaar altijd een boeket.
De wereld werd ruimer, doordat de auto op het pad kwam. Ze haalde haar rijbewijs op haar veertigste en ze ging an de flort.
Vakantie hadden vader en moeder nooit. Wel genoten ze van een dagje weg met tante Annie en ome Fer, tante Jeanne en ome Nic of met Arie en Truus Schouten of de kaartclub. In de zomer kwamen er altijd nichtjes en neefjes logeren en omgekeerd. Niet te lang, want moeders uitspraak was: ‘logé en vis bloiven maar 3 dagen fris’.
toen ze alleen was is ze 2 keer naar Lourdes geweest en maakte ze veel uitstapjes.
Vader en moeder hebben 32 jaar samen een goede en mooie tijd gehad. Op 62-jarige leeftijd is hij plotseling overleden. Dit was voor ons allen een grote klafol.
‘We moeten verder’ en het leven gaat door, zoals moeder dan zei.
Vader was overleden en moeder gong met Arien verder op de boerderij. Dat had ze aan Jan beloofd en dat heeft ze naar beste vermogen gedaan. Tot 7 november 2008 woonden ze met z’n drieën op de boerderij. Hans en Arien zorgden voor moeder en moeder zorgde voor hen. Toen kwam de 2e klap: Arien overleed. Alles veranderde en weer ging ze door
In oktober 2009 heeft moeder de boerderij verlaten en is op de Vijverhof in Avenhorn gaan wonen. Een mooi behaaglijk appartement en alle eigen vertrouwde spulletjes stonden daar weer.
Haar hele leven stond n het teken van doorzetten, van onmogelijkheden mogelijkheden te maken.
Tot het einde aan toe heeft moeder de regie in eigen hand gehouden.
Dit heeft veel gebracht in haar leven, maar door deze karaktereigenschap kon ze het leven moeilijk loslaten.
‘tis op en dein’.”
|