| Aantekeningen |
- Wapendroppings, 1944-1945.
"Eén van de boerderijen aan de Grote Zomerdijk in Spanbroek draagt de bijzondere naam Mandrill.
Deze benaming is na de Tweede Wereldoorlog in het rieten dak aangebracht en herinnert aan een spannende tijd in de oorlog.
In maart 1944 werd met steun van de Nederlandse regering in Engeland het Bureau voor Bijzondere Opdrachten in het leven geroepen. Deze organisatie had tot taak de verzetsgroepen in bezet Nederland te voorzien van wapens en sabotagemateriaal.
Er zijn in Nederland van september 1944 tot mei 1945 tweehonderdelf droppings uitgevoerd op zesentachtig verschillende afwerpterreinen. 'Mandrill' was de codenaam voor het droppingsveld achter de boerderij van Jan en Marie Schipper aan de Grote Zomerdijk.
De familie Schipper was zeer actief in het verzet. Zeker tweehonderd mensen vonden in hun boerderij gedurende de oorlog voor korte of lange tijd een onderduikadres. Toen er wapens moesten komen legde Hill Schipper, de broer van Jan, de nodige contacten met het verzet in Amsterdam.
Hill Schipper: 'De eerste dropping op Mandrill vond plaats op 9 september 1944. Met de eerste zending wapens uit Engeland, circa twintig containers vol, kwamen ook twee parachutisten mee. Ik herinner mij dat er ook nog een kleine parachute naar beneden kwam, met een duif in een korfje. Die moest zo spoedig mogelijk weer terug naar Engeland, met een bericht in code aan zijn poot, om te melden dat beide verbindingsofficieren en alle wapens op veilig terrein waren.' 'Die duif van de kleine parachute is nooit in Engeland aangekomen', zegt Jaap, een zoon van Jan en Marie Schipper, die de droppings als kind meemaakte, vierenveertig jaar later.
'Van 's avonds tien uur tot 's ochtends zes uur moesten wij in het land vertoeven. Ik ging ook altijd mee. We waren niet bang, want door alle slootjes zouden de Landwachters ons toch niet kunnen vinden. Wij werkten hier altijd op het land en kendeniedere sloot en dam en konden in het donker goed de weg vinden. Ik was toen dertien. Ik vond het ontiegelijk interessant. Alle wapens kwamen met parachutes naar beneden. Wij moesten de lampen in de windrichting zetten, op honderd meter afstand vanelkaar. Het licht mocht alleen omhoog schijnen. Alles moest immers verduisterd worden. Er waren ook wel eens Duitse jagers in de lucht, zoveel lichtkogels: we konden er wel de krant bij lezen. De gevaren als zodanig zie je niet.
Er kwamen wapens naar beneden, maar ook wel eens chocola. De lading werd zo snel mogelijk verplaatst naar een schuur in het land. De gedropte wapens gingen naar Amsterdam.' De bevrijding in 1945 is aan de Grote Zomerdijk op bijzondere wijze gevierd. De ongeveer driehonderd zijden en katoenen parachutes, in alle kleuren van de regenboog, die op Mandrill waren neergekomen werden over de dak van de boerderij en in de tuinen uitgespreid, 's Nachts werden ze door schijnwerpers beschenen. De parachutes had Jan Schipper al die tijd goed verborgen gehouden in een schuurtje".
|